De boodschappentas

Boodschappentas

Daar hang je dan aan het stuur van de fiets die je naar de supermarkt zal brengen. De wind speelt een spelletje met je. Het tilt je op en laat je voorzichtig weer zakken. Je danst een parendans met het stuur, waarbij jouw hengsels zo nu en dan steels langs de handvaten strelen. Je voelt je vrolijk en nog heerlijk licht van binnen. Straks zal dat wel anders zijn, maar nu, nu kan je nog heerlijk zweven. Je houdt van deze kant van je bestaan. Je pronkt naar andere boodschappentassen die je op weg naar de winkel tegenkomt. Jij blauw met groene opdruk en strepen, zij rood met geel of zwart met wit. Je vindt jezelf de mooiste en de sterkste van allemaal. Zoals jij is er geen één. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want in de fabriek waar jij ooit gemaakt werd was je lopende band werk en massaproductie, maar daar weet je niets meer vanaf. Te lang geleden. Je doet je werk al jaren en weet niet beter dan dat je er altijd al was. Hier, als de boodschappen tas van jouw eigenaresse.

Onderweg tel je de afslagen. Nog drie, nog twee, nog één en dan de winkel. Je wordt gescheiden van het stuur. Jouw hengsels nu in de warme hand van je eigenaresse. Een paar stappen later word je in de winkelwagen gelegd die je door de winkel zal vervoeren. Door de toegangspoortjes, langs de groente links, het vlees rechts, de broodafdeling, de zuivel, de koekjes, de vriesvakken en de huishoudafdeling. Dan met een laatste zwaai van de kar de kassa’s. De spanning stijgt. Je hebt meegekeken terwijl er allerlei etenswaren in de kar werden gelegd. Uit ervaring weet je hoeveel je ongeveer kunt dragen. Zal het je deze keer ook lukken? Er zitten een paar zware spullen tussen. Een zak aardappelen, twee literpakken sap en een paar blikken soep en bonen. Je houdt je adem in en dan hoor je het bekende ‘Goedemiddag’. Daar gaat ie. Je voelt dat je wordt opgetild en op het kassablok wordt gezet. Terwijl de aangeslagen goederen over de lopende band jouw richting uitrollen word je opengemaakt en een beetje heen en weer geschut. Je maakt je extra groot en wacht af. Je hoopt op orde en een logisch inpakken, maar je merkt al snel dat er dingen in je buik heen en weer gaan schuiven onder het gewicht van artikelen die erbovenop worden gelegd. Na het ‘Tot ziens’ voel je dat er gehaast nog wat laatste spullen bovenop je al volgeladen buik worden gestouwd. Met een schok word je vervolgens weer in de winkelwagen gezet. Oef dat belooft niet veel goeds.

Je wordt met wagen en al naar de fiets gereden. Dan word je uit de kar getild en op de grond gezet. Terwijl je wacht op de terugkomst van je eigenaresse, die de winkelwagen wegbrengt naar de lange rij andere wagentjes, weet je het zeker: je bent te zwaar en te vol. Van dansen aan het stuur zal straks geen sprake meer zijn. Jammer. Boven je hoofd draait de sleutel in haar slot. De fiets wordt uit het rek gereden en in positie gebracht, dan met een zucht en een steun word je opgetild en aan het stuur gehangen. Je hengsels deze keer kruislings over de bel, zodat je van boven benauwd dicht getrokken zit in de verwachting dat je dan niets zal verliezen. De bewegingen die je nu, tijdens de terugreis, produceert zou je kunnen omschrijven als ongecontroleerd wiebelen en schokken. Soms op de maat van het trappen van de fiets, maar geregeld er dwars tegenin, zodat je pijnlijk tegen de knie van je eigenaresse bonkt. Je schuurt over het stuur als een dronkeman die geen grip meer heeft op zijn bewegingen. Met het pronken is het nu gedaan. Je moet je concentreren op de volbrenging van je taak. Je moet alles heelhuids naar huis brengen.

Ook nu tel je de afslagen. Nog twee, nog één en dan is eindelijk het eind in zicht. Je eigenaar manoeuvreert haar fiets de brandgang in achter het huizenblok waar je woont. Een paar keer schuur je langs een muur of hek en dan is daar de tuin en schuur, waar je van het stuur getild wederom op de grond wordt gezet. Nog een laatste krachtinspanning zal volgen. Het stukje van de schuur naar de keuken waar je op het aanrecht wordt gezet. Je eigenaresse loopt weg, maar komt even later weer terug om je leeg te ruimen. Stuk voor stuk worden de gekochte boodschappen uit je buik gehaald. Je wordt steeds leger en leger tot je uiteindelijk, een beetje ineengezakt, helemaal leeg op het aanrecht staat. Nog een laatste keer word je opgetild en naar de kelderkast gebracht, waar je een eigen haakje hebt. Hier kun je uitrusten en bijkomen van de reis. Na een laatste klopje van je eigenaresse word je opgehangen. Je werk is voor vandaag achter de rug. Je mag trots zijn op jezelf. Je hebt je taak als boodschappentas keurig volbracht.

This entry was posted in Verhalen. Bookmark the permalink.

3 Responses to De boodschappentas

  1. Gera says:

    En hoe moet ik dan nu ooit nog een boodschappentas vervangen als ie stuk is en me dan niet schuldig voelen?

    • Plankentaal says:

      Tja…? Dat is natuurlijk moeilijk. Weet dat je boodschappentas met plezier voor je heeft gewerkt. Dus bedank hem of haar (afhankelijk van het model) op het moment van vervanging in ieder geval van harte voor zijn / haar bewezen diensten en zeg erbij dat jij het erg fijn vond dat de tas al die jaren van jouw was. Geef je tas daarna nog een laatste klopje als afscheid en laat de hengsels voor de laatste keer los. Daarna gaat je tas een nieuw avontuur tegemoet. Zijn / haar laatste reis naar de eeuwige rustvelden, waar je tas bij kan komen van al het werk. Een welverdiend pensioen waar je boodschappentas blij mee is, dus wat voor jou niet iets hoeft te zijn om je schuldig over te voelen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>