Het huishouden van Miep

Miep

Miep, staal blauwe ogen, krul in het haar, bloemetjes schort, moeder van twee mirakelse jongens en gelukkige echtgenote van John die bij de bank werkt, kijkt stralend door het vensterglas naar buiten. Dat heeft ze toch maar mooi gedaan, of beter gezegd gelapt. De ramen zien er weer spik en span uit. Als de familie De Bruijn vanavond op visite komt zullen ze nooit weten dat de jongens, Karel en Cornelis van respectievelijk 6 en 8, er vanochtend onderweg naar school met hun vingers strepen op achterlieten. Nu nog even een dweil door de gang en dan is alles weer toonbaar.

Miep kan echt van haar werk genieten. Wat een voldoening geeft het toch als de boel weer helemaal op orde is en het huis ruikt naar zeep en sop. Ze zeggen wel eens ‘de plaats van de vrouw is naast de man of in de keuken achter het fornuis’. Nou wat Miep betreft klopt dat helemaal. Ze had zich geen mooiere taak kunnen voorstellen dan het runnen van haar eigen huishouden.

Vroeger toen ze nog bij pa en ma woonde ging ze wel eens uit strijken en poetsen bij kennissen van pa. Daar verdiende ze dan een klein zakcentje mee. Geld dat ze ijverig spaarde, zodat ze ook wat in te brengen had op het moment dat ze zou gaan trouwen. En trouwen zou ze natuurlijk, dat wist ze al jong. Ze zou trouwen met een welgestelde jongeheer, wonen in een eigen huis met tuin vol met de nieuwste huishoudelijke snufjes en natuurlijk zouden ze een aantal kinderen krijgen. Kinderen die ze, dat spreekt vanzelf, zou vertroetelen en een huis dat ze altijd netjes bij zou houden, zodat haar man trots op haar kon zijn. Nu was het inmiddels allemaal bewaarheid en dat terwijl ze nog maar 30 was.

Met nog een laatste blik naar buiten draait Miep zich om. Allé hup aan het werk. De gang zal immers niet vanzelf schoon worden. Kordaat loopt Miep naar het aanrecht. Giet de emmer met het vuile zeemwater leeg en maakt er een vers nieuw sopje in klaar voor de gang. Sinds kort verkopen ze bij de kruidenier ook sop met bloemetjesgeur. Miep was er wel benieuwd naar, dus heeft een flesje gekocht. Ze doet voorzichtig een scheutje in de emmer en ja hoor de eerste bloemetjes stijgen haar tegemoet. Het ruikt best aardig. Het doet Miep een beetje denken aan het raam open in de lente, of aan een wandeling in de bloementuin van tante To. Helemaal niet verkeerd dus. IJverig tilt Miep de emmer op aan haar hengsels en loopt ermee naar de gang. Nu nog even de dweil halen en dan kan het zwabberen beginnen. De jongens verwacht ze pas om een uur of half 4 weer thuis, dus wat dat betreft heeft de vloer alle tijd om weer netjes op te drogen, voordat zij er doorheen zullen baggeren. Zou het dan ook nog naar bloemetjes ruiken? Of zou het daar enkel naar ruiken nu het nog nat is? Ach ze zal het vanzelf wel merken. Daar zwiept en zwaait de dweil al vrolijk in het rond. En dan is ook dat werkje weer gepiept.

Wat nu? Een huisvrouw moet altijd hollen, maar nu zijn alle werkjes toch echt gedaan. Miep gaat er bij zitten. Even maar, want aha daar heeft ze alweer een plannetje bedacht. Ze zal nog snel naar Jansen fietsen om daar wat lekkere appeltjes te kopen. Daar kan ze dan een taart van bakken voor vanavond. Dat zal een verrassing zijn. John is dol op de zelfgemaakte taarten van zijn vrouw en ook de familie De Bruijn zal het vast op prijs stellen. Snel schiet Miep haar jas in, pakt haar portemonnee en boodschappentas en daar gaat ze. Op naar Jansen.

This entry was posted in Verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>