Plons

31. Plons

“Wat er plonst”, vroeg ze mij
Ik keek haar aan en zei
“Er plonst water in de wei”

Met een vaart in de sloot
Met mijn beide benen bloot
Net te ver en iets te groot

“Wat er plonst”, zei ze mij
Na die gĂȘnante averij
“Wat er plonst dat ben jij”

“Tja”

This entry was posted in Gedichten. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>