Het stemmen van de Tellen, deel 5

28. Deur

Er verging een minuut of wat toen plots met een krachtige klop op de buitendeur een buitenstaander aangaf dat hij of zij, het kon een ieder zijn, gaarne naar binnen wilde. Moeder Tel keek op. ‘Wie zou dat zo wezen vroeg ze zich hinderlijk geïrriteerd af? Weten de mensen niet dat dit nog de tijd nog de plaats is om bezoekjes af te leggen? Dat ik gestoord wordt door het geluid van mijn kinderen is tot daar aan toe, maar als ook de rest zich ermee moeien gaat. Dan, ja dan…’ Zoals ik al eerder uitlegde was Moeder Tel bezig en in de weer en een ieder weet dat je haar in zo’n geval beter niet kunt storen. Enigerlei afleiding van nut en praktisch was niet gewenst. Niet nu, niet nooit. Daar volgde echter een tweede klop, gevolgd door een derde, een bonk, een vierde, een vijfde en toen een ‘joehoe ik weet dat u thuis bent’, een zesde klop, ‘ik moet u wat vertellen’, een zevende klop, gerommel en gestommel, ‘het is echt reuze belangrijk’. De stem klonk schril dringend.

Met een zucht veegde Moeder Tel haar handen langs haar schort. Ze had hier kennelijk te maken met een aanhouder in zijn ergste soort. Naarstig snelde ze zich naar de klopper toe, daarbij haar ogen strak gericht op de deur die de klopper vooralsnog buitensloot en aan het zicht ontnam. In haar haast om de boel snel af te handelen, zodat ze weer verder kon met redderen, zag ze in het geheel en algemeen Marietje over het hoofd die al zwaaiend met een wit papiertje de trap was afgehobbeld (het ging wat moeizaam want ze was pijnlijk terecht gekomen toen ze, inderdaad moeder had het goed geraden, van haar stoel was afgewipt) en de gang was ingelopen en nu om ramkoers stond tussen de deur en Moeder Tel. Met een ‘o la la’ en een ‘au’ struikelde Moeder Tel, viel Marietje en klonk er van buiten ‘zeg gaat alles goed daar binnen?’.

Wat volgde was een wirwar van armen, benen en gilletjes. Zowel bij het ontwarren van de ledematen, het opstaan, het openen van de deur als het uiteindelijk lezen van de uitnodiging die inmiddels in tweevoud, één in de zwaaiende handen van Marietje en één in de wapperende handen van de buurvrouw die op de deur had staan kloppen, aan moeder gepresenteerd werd. ‘Is het niet geweldig’, juichten buurvrouw en Marietje. ‘Zeker, zeker’, zei Moeder Tel nuchter, ‘maar om daar nou zo’n misbaar over te maken.’

This entry was posted in Verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>