Het stemmen van de Tellen, deel 4

27. Brievenbus

 

Toen Marietje Tel om drie minuten over zeven het klepperen van de brievenbus hoorde spoedde ze zich, zo vertelde ze mij later, met grote haast rommel de bommel langs de trap, door de gang en over het tuinpad naar de kant van de weg waar ze nog net om het hoekje van de heg een jaspuntje van de postbezorger zag wapperen. Met blosjes op haar wangen, van het harde lopen, maar ook van de spanning, deed ze de klep van de bus open en keek naar wat erin zou zitten. Wat ze zag deed haar ogen stralen. Er was post. En niet zomaar post. Nee een heleboel post. Enveloppen in diverse maten en kleuren, kaarten en schrijfsels en gekleurde vellen vol aanbiedingen van plaatselijk ondernemende Tellen uit de buurt. Wat een heerlijkheid, wat een geluk, en wat een kansen. Voorzichtig haalde ze stuk voor stuk de inhoud uit de bus om vervolgens met de hele bundel stap voor stap haar route heen, weer terug te lopen. Aangekomen in haar eigen kamer spreidde ze de ingekomen stukken voor zich op tafel. Al wippend op haar stoel bekeek ze vervolgens één voor één alle gekleurde vellen, schrijfsels, kaarten en enveloppen in de hoop dat één van hen ook aan haar geadresseerd zou zijn. Meestal was alle inhoud voor haar vader, moeder en de rest van de familie, maar heel soms, en Marietje Tel had het idee dat het nu wel eens heel soms zou kunnen zijn, zat er ook iets voor haar bij.

En ja hoor, haar gevoel had haar niet bedrogen. Daar was ie, de envelop der enveloppen, de heilige graal, het wonder dat zou geschieden, de tekst die haar leven zou veranderen of althans een beetje, maar zover zijn we nog niet. In haar handen hield Marietje Tel een crèmekleurige envelop met daarop handgeschreven de namen van haar ouders en nadat ook de namen van haar broertjes en zusjes één voor één aan de beurt waren geweest stond daar helemaal aan het einde van de regel haar eigen naam. Marietje Tel. Natuurlijk had ze nu eigenlijk naar beneden moeten lopen, op de gong moeten slaan, en een vergadering moeten beleggen opdat een ieder wiens naam op de envelop stond en die aanwezig was tegelijkertijd de inhoud kon bekijken, maar daar had ze zo besloot ze eens lekker helemaal geen zin in. Dit was de dag waarop zij als enige de eerste blik zou werpen op. Voorzichtig peuterde ze de envelop open. Het puntje van haar tong wipte naar buiten terwijl zij wippend op haar stoel behendig de inhoud aan de envelop ontfutselde. Met vingers die hier al hun hele leven op hadden gewacht vouwde ze het ingestoken papier open en las toen:

TS,

Komt allen op de eerste woensdag na volle maan naar het stemlokaal. Om 13.30 is daar uw tijd gekomen. Laat ons samenzijn en voor eens en voor altijd besluiten wat het beste voor ons is.

Hoogachtend,

namens hen die u groeten en er zelf niet uitkwamen,

Scriba Tel

P.S. Vergeet uw stempas niet mee te nemen.

Moeder Tel die in de keuken iets nuttigs aan het doen was had het klepperen van de brievenbus gehoord, het gerommel de bommel van Marietje en het even later weer terug lopen. Ze haalde even haar schouders op, dacht ach ja, en schonk verder geen aandacht aan het voorval. Kinderen zijn kinderen en dat is goed zo vond ze. Vlijtig ging ze dan ook verder met al het nut wat ze deed. Haar handen redderden, haar rug boog krom, haar schort werd vuil. Heel normaal en niet anders dan anders. Niets wees erop dat er boven een wonder gebeurde. Geen feeënstof, geen hemelse stemmen die iets prijsden, geen gejuich, geen gegil. Niets. Nou ja, een bonk, maar ach ja kinderen die bonken wel vaker. Marietje zal wel weer op haar stoel hebben zitten wippen en je weet wat er dan gebeurt. Dan val je. Op een dag zal ze dat vast wel afleren, zo dacht ze.

This entry was posted in Verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>